Lacrosse:Lacrosse is een teamsport die wordt gespeeld met 10 spelers per team (men's lacrosse), 12 spelers (women's lacrosse) of 6 spelers (box lacrosse). Elke speler draagt een stick (crosse) met aan het uiteinde een netje, waarin hij/zij de bal houdt. De bedoeling van het spel is om de bal met behulp van de stick in het doel van de tegenstander te schieten, waarbij 1 doelpunt 1 scorepunt oplevert. De lacrossebal is een harde rubberen bal met een gewicht tussen de 142 en 149 gram, en is in grootte vergelijkbaar met een tennisbal. De sport is een mengeling van basketbal, rugby, ijshockey en hockey. Lacrosse is een grote sport in Canada en de Verenigde Staten. De sport is de nationale zomersport van Canada, naast de nationale wintersport ijshockey. Het neemt toe in populariteit in de VS, waar het de snelst groeiende sport op high schools en op NCAA College niveau is[1]. Inmiddels spelen ongeveer 430.000 mannen lacrosse in de VS[1] . In Nederland wordt, bij gebrek aan lacrossevelden, de sport gespeeld op gras of kunstgras. Er zijn 4 vormen van lacrosse: Men's field lacrosse, Women's field lacrosse, Men's box lacrosse en Mixed lacrosse. De laatste twee varianten worden in Nederland nog niet noemenswaardig beoefend.
Geschiedenis: De sport vindt zijn oorsprong bij de Noord-Amerikaanse indianen. Zij noemden het dehuntshigwa'es (Onondaga taal: 'mannen slaan een rond voorwerp'), da-nah-wah'uwsdi (Oosterlijke Cherokee: 'kleine oorlog') of Tewaarathon (Mohawk: 'klein broertje van de oorlog'). Met dit spel trainden zij de jonge mannen van de stam, bereidden hen voor op de oorlog, en vochten zij conflicten tussen stammen uit. Het veld was groot (500 meter tot enkele kilometers lang) en het spel duurde erg lang (twee of drie dagen). De sport kreeg zijn naam door Franse verkenners die de indianen het spel zagen spelen. Een wereldwijd bekende maar onjuiste verklaring voor de naam lacrosse is dat de vorm van de stick de Fransen deed denken aan de staf die gebruikt werd door een bisschop, in het Frans aangeduid met croisier'. De missionaris Jean-de-Brébeuf legde het verband tussen de stick van de indianen en de bisschopsstaf in Relation des Jésuites, uitgegeven omstreeks 1640.
Regels:Lacrosse is een full-contact sport, waarbij men bescherming draagt. Een lacrossewedstrijd in Nederland bestaat uit 4 quarters die elk 15 minuten duren. Tussen de quarters is er respectievelijk 2, 10 en 3 minuten pauze. Het slaan met de stick en bodychecking is een belangrijk onderdeel van de sport. Om blessures te voorkomen, zijn veel regels van kracht tijdens het spel. Spelers mogen met hun eigen stick op de stick van de baldrager slaan, en op de handschoenen die aan de baldragende stick vastzitten. Als een baldrager zijn stick met alleen zijn rechterhand vasthoudt, mag niet op zijn linkerhand geslagen worden. Het bodychecken mag alleen tussen schouders en heupen, aan de voorkant van de tegenstander. Indien een speler in zijn rug, op zijn helm of onder de heupen gechecked of geslagen wordt, wordt het spel stilgelegd en krijgt de overtreder een tijdstraf. In het begin van een quarter of na een doelpunt wordt de face-off gedaan in het midden van het veld. Twee Midfielders, een van elk team, leggen hun sticks horizontaal op de grond, tegen elkaar aan, met de bal ertussen. De butt-end wijst naar de linkerkant van het veld, parallel met de middenlijn. De twee face-off men vechten om de bal, meestal door deze zo snel mogelijk met hun pocket te bedekken en richting een van de twee overgebleven Midfielders te schuiven, die na het fluiten door de scheidsrechter vanaf de wingline naar het midden van het veld komen rennen. Attackmen en Defenders mogen deze tijd niet voorbij de restraining line komen, zij mogen daar pas overheen zodra een van de Midfielders van beide partijen de bal in bezit heeft. Bij lacrosse kunnen twee typen straffen gegeven worden: technical fouls en personal fouls. Als een speler een overtreding begaat, wordt daarvoor gefloten en geeft de scheidrechter aan wat de straf is. Technical fouls worden onder andere gegeven als een speler off-side gaat, een andere speler vasthoudt, of zijn vrije arm gebruikt om tegenstanders weg te duwen (warding). De straftijd hiervoor is 30 seconden. Personal fouls zijn van meer serieuze aard en worden gegeven bij de meer ernstige overtredingen zoals het illegaal checken, het gevaarlijk slaan met de stick, maar ook schelden of vloeken op het veld (unsportmanship conduct). De straftijd variëert van 1 minuut tot 3 minuten. Als een speler 5 Personal fouls heeft begaan, wordt hij definitief van het veld gestuurd. Als een speler straftijd krijgt, moet hij in de penalty box aan de rand van het veld zitten, totdat zijn straftijd afgelopen is en hij het veld weer in mag. Ook krijgt het andere team balbezit. Technical FoulsHolding: Houdt in dat een speler met zijn handen of stick de tegenstander of de stick van de tegenstander vasthoudt. Interference: De speler belemmert opzettelijk de vrije doorgang van een tegenstander die niet de bal bij zich heeft. Offside: Tijdens een wedstrijd moeten te allen tijden vier spelers op de verdedigende helft van het team staan, en minimaal drie spelers op de aanvallende helft. Gebeurt dit niet (casus: er loopt een Defender naar de aanvallende helft, op zijn verdedigende helft staan nu twee Defenders en een Goalie) dan wordt offside gefloten. Pushing: Een speler duwt de tegenstander niet hard in de rug. Stalling: Een speler of een heel team vertraagt het spel om een voorsprong te behouden en de tegenstander te frustreren (casus: in het vierde quarter staat Team Blauw met 9-8 voor en besluit de bal op de verdedigende helft almaar over te gooien, zonder een aanval uit te voeren). Illegal start: Een wingman rent voor het fluitsignaal over de wingline. Time Delay: Een Goalie heeft de bal in zijn stick en blijft langer dan vier seconden in de crease staan. Warding: Een baldrager houdt zijn stick met een hand vast en gebruikt zijn andere hand om de tegenstander weg te duwen.
Personal FoulsSlashing: Een speler slaat zijn tegenstander niet op de handen die de stick vasthouden, of met de bedoeling zijn tegenstander te blesseren. Tripping: Een speler laat zijn tegenstander opzettelijk struikelen. Crosschecking: Een speler voert een check uit met zijn handen, maar heeft de handschoenen niet tegen elkaar aangedrukt. Unsportsmanlike conduct: Een speler vloekt of scheldt op het veld, of discussieert met de scheidrechter. Unnecessary roughness: Een speler gebruikt (veel) meer kracht dan nodig is om de bal te verkrijgen (casus: Speler checkt op twee meter van een opgezet hockeydoel buiten het veld, legaal de baldrager, waardoor deze tegen het hockeydoel aanvalt) Illegal bodychecking: Bodychecken van de tegenstander tegen het hoofd, in de rug, onder de heupen of als de tegenstander verder dan 3 meter van de bal verwijderd is. Illegal stick: De stick is op zo'n manier gemaakt dat het moeilijker wordt de bal te verkrijgen (casus: de pocket van de stick is te diep) Illegal Equipment: De handschoenen zijn aangepast op zo'n manier dat het de veiligheid van de speler in gevaar brengt.
Nederlandse Clubs- Amsterdam Lions *
- Delft Barons
- Den Haag Knights *
- Den Haag Locos
- Emmen Highlanders *
- Enschede Phoenix (in oprichting)
- Lacrosse Groningen *
- Maastricht Lamas *
- Nijmegen Lacrosse / Keizerstad Kannibals
- Rotterdam Jaguars *
- Tilburg Titans
- Utrecht - Domstad Devils *
Clubs die over een women's lacrosse team beschikken zijn aangeduid met een *
|